Een bijzondere maaltijd

Onlangs schreef ik over het experiment in Kerkboerderij ‘De Hoef’ met de Witte Donderdag. Eergisteren was het zover. Drie gemeenteleden hadden de kerkzaal prachtig ingericht: een tafel in U-vorm, wit gedekt, met een paar kaarsen, bordjes, enzovoort. De ruimte leent zich bij uitstek voor dit soort gelegenheden, net als voor kerkdiensten trouwens. Zelfs al doe je niets, dan nog is er sfeer. Op de muur met behulp van de beamer tegen de achtergrond van een wereldbol een gedicht van Geert Boogaard, ‘En wit weer / Uw brood / en rood weer / Uw wijn (…)’.

Op de verder vrij gehouden liturgische tafel een soort van liturgische bloemstuk dat verwijst naar de Joodse seidermaaltijd:

De Paaskaars brandt.

Bij het binnenkomen krijgt ieder een glas wijn of druivensap, naar keuze. De eersten zijn al vroeg. Langzamerhand raakt de tafel vol. Enkele ouderen in een busje komen later. Ze zijn, in Leidsche Rijn, vast komen te zitten in het verkeer. We wachten tot ook zij helemaal zitten. Alle veertig plaatsen zijn bezet.

De dienst verloopt helemaal zoals gepland. We beginnen met het Avondmaal. Dat loopt over in de maaltijd met kippensoep en brood, fruit als toetje. Tijdens de maaltijd wordt in groepjes gesproken over Johannes 17: 1-17. De kinderen kunnen, als zij dat willen, een puzzeltje doen en zelf vragen beantwoorden in het zogenaamde kindermenu dat in het liturgieboekje is opgenomen. Iedereen doet mee. De tijd vliegt om. We hadden nog best even door kunnen gaan.

In de afgelopen dagen heb ik mijn ervaringen met deze bijzondere dienst nog eens de revue kunnen laten passeren. De reacties waren overwegend positief, al zou het de moeite waard zijn om nog eens door te vragen wat mensen aan de dienst beleefd hebben. Een moeder vertelde dat haar kinderen het prima naar hun zin hadden gehad, dat ze gewoon mee hadden gedaan, ook in de gesprekken. Enkele ouderen vonden het wat onwennig. Eén had expliciet de rust gemist, de stilte. Ze bewaarde goede herinneringen aan een dienst enkele tientallen jaren geleden, mogelijk op een Goede Vrijdag. Anderen gaven op verschillende manieren aan dat ze met een ‘goed gevoel’ naar huis gingen.

Ik schat in dat de maaltijd als zodanig belangrijk is geweest. Dat in zichzelf is al een krachtig ritueel: aan tafel, met anderen, verschillende gerechten, iets te drinken … . De vraag is of er daarmee nog voldoende ruimte is voor het bijzondere karakter van de maaltijd: de gedachtenis aan Jezus die brood en wijn als tekenen van zichzelf, van zijn overgave geeft. Dat vervliegt heel makkelijk, wordt als het ware door de ‘gewone’ maaltijd geabsorbeerd. Typerend was dat bij het ronddelen van het brood bij het Avondmaal mensen – ieder kreeg een klein bolletje, onderdeel van een groot brood – mensen direct begonnen te smeren en te beleggen als bij een willekeurige maaltijd. Zo ‘gewoon’ was dat kennelijk. Op zich is dat heel begrijpelijk, omdat het de eerste keer is dat we het op deze manier doen. Er bestaat geen traditie, geen gebruikelijke gang van zaken. Dus doen we het, zoals we dat anders bij een maaltijd gewend zijn te doen. Ik vond in dit opzicht een verhelderend citaat bij Gerard Lukken, Rituelen in overvloed (…) (Baarn: Gooi & Sticht 1999), p. 59: ‘In rituelen wordt het gewone en alledaagse geaccentueerd en gestileerd opdat het perspectief kan verspringen. Het ritueel verdicht de werkelijkheid. (…) Men houdt even stil, schept een eigen ruimte, neemt afstand. Er is sprake van een zeker vervreemdingseffect met betrekking tot wat eigenlijk verwacht werd. Er is geen sprake van een overvloed aan brood en wijn, maar juist van een geringe hoeveelheid, zodat het perspectief verspringt. Het ritueel vestigt als het ware op zichzelf, om daarin en daardoor verder te kunnen reiken naar de ondefinieerbare werkelijkheid die het wil oproepen.’ De paradox is dus: om dichtbij te kunnen komen, bij Jezus in zijn zelfovergave, is het dus nodig om afstand te nemen. Intuïtief bedoelde de oudere vrouw dat misschien ook wel met haar herinnering aan de ‘stille’ donderdag. In een groep van mensen is het zelden stil. Of er is één iemand aan het woord. Of er is een geroezemoes aan stemmen. Of … . Maar stil? Dat ben je met elkaar maar hoogst zelden. Stilte in een gemeenschap schept ruimte, of althans kán ruimte scheppen, oog voor de ándere werkelijkheid die zich op deze avond manifesteer, oog voor dé Ander.

Met deze gedachten – en andere die mogelijk nog zullen volgen – wil ik volgend jaar opnieuw naar de Witte Donderdag kijken. Hier en daar wat woorden kunnen bij wijze van spreken al ‘wonderen’ doen, maar wat verwijzende woorden alleen zullen niet genoeg zijn. Juist het ritueel zelf moet een verwijzende ruimte bezitten. Dit luistert des te nauwer als de viering van Witte Donderdag niet in een kerkgebouw plaats vindt, maar in een huiskamer als keuken. Dan moet het mogelijk nog net even meer schuren en schuiven om ruimte te scheppen voor de ervaring van Gods aanwezigheid.

 

Over Klaas-Willem de Jong

Mijn naam is Klaas-Willem de Jong. Ik ben docent kerkrecht en opleidingscoördinator van de VU-PThU joint bachelor Theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit. Ik studeerde theologie in Kampen (1979-1985), in Boedapest (1987-1987) en promoveerde aan de VU (Amsterdam, 1996). Verder studeerde ik Nederlands Recht aan de Open Universiteit (2002-2010). Mijn afstudeerscriptie ging over de verhouding tussen kerkelijk recht en privaatrecht. Eerder was ik predikant in Oudega (SWF), Haarlemmermeer-Oostzijde (Rijsenhout), Oudshoorn-Ridderveld (Alphen a/d Rijn) en Leidsche Rijn (Utrecht). Nog steeds studeer ik graag. Ik wandel en fiets. Daarnaast heb ik als hobby treinen (groot en klein). Meer informatie op mijn website: www.kwdejong.nl en op de blog www.kerkenrecht.nl
Dit bericht is geplaatst in Alles, Gemeente, Liturgie. Bookmark de permalink.

Één reactie op Een bijzondere maaltijd

  1. annemieke schreef:

    Het was een bijzondere ervaring, Klaas-Willem! Wat me vooral bij zal blijven van de avond is het gesprek met elkaar, waarin we ons letterlijk inleefden in hoe deze ‘laatste avondmaaltijd’ voor Jezus en voor de discipelen geweest moest zijn. Doordat we zelf aan een maaltijd deelnamen werd dit bijna tastbaar.

Reacties zijn gesloten.